De beeldende kunst
Beeldende kunst werd in de Ottoonse periode hoofdzakelijk ingezet voor erediensten. Dat geldt ook voor de voorwerpen uit de Ottoonse bronswerkplaatsen in Hildesheim. Zij stonden aan het begin van de elfde eeuw onder leiding van bisschop Bernward. De Bernward-deuren ( voltooide in 1015) en een zuil van 3,65 cm . hoog zijn daar onder andere vervaardigd.

zuil uit de St Michael, ca 1015, detail met rechts de doopscène
Op deze zuil zijn reliëfs afgebeeld. Het betreft 24 taferelen uit het leven van Christus die als een spiraal om de zuil heen cirkelen. De eerste scène illustreert de doop in de Jordaan. Oorspronkelijk werd de zuil bekroond door een groot crucifix. Waarschijnlijk is de zuil geïnspireerd op de zuilen van Trajanus en Marcus Aurelius. Bisschop Bernward is in Rome geweest. Het is dus goed mogelijk dat hij deze zuilen daar heeft gezien.

detail uit de zuil
De Bernward-deuren zijn 4.5 meter hoog en uit een stuk gegoten. De deuren waren bedoeld voor de crypte van de St. Michael maar bevinden zich momenteel in de dom van Hildesheim. Beide deuren zijn voorzien van acht composities in hoogreliëf. Op de linkerhelft zijn scènes weergegeven uit het oude testament (Genesis) en op de rechterhelft uit nieuwe testament. De verhalen uit Genesis moeten van boven naar beneden worden gelezen, beginnend met de schepping van Eva. De scènes uit het Nieuwe Testament verlopen van onder naar boven. De verhalen gaan onderlinge relaties aan. De kruisiging staat bijvoorbeeld afgebeeld naast de zondeval.

acht composities uit de Bernward-deuren
De compositie en de weergave vertonen sterke gelijkenissen met verluchte manuscripten. De overeenkomsten met de twee-dimensionale kunst is het duidelijkst in de weergave van planten, bomen en architectuur. De bomen en planten zijn meestal ritmische weergegeven. De mensen zijn gewoonlijk expressief verbeeld. Hun houdingen en gebaren zijn afgestemd op de inhoud. De menselijke gestalten komen meer los van de deuren en worden daardoor benadrukt. Sommige gezichten zijn haast volledig driedimensionaal. Opvallend is de directe en doeltreffende weergave van de verhalen.

twee composities uit de Bernward-deuren (rechter deur)
De Ottoonse verluchte manuscripten tonen sterke overeenkomsten met de reliëfs in de bronzen deuren. De composities tonen onder meer een gelijksoortige opbouw. De meeste taferelen hebben een middenas. De linker en de rechterhelft van het tafereel houden elkaar in evenwicht. Een andere overeenkomst betreft de verhalende weergave en de expressiviteit van de figuren. Eveneens is er vaak sprake van een ingetogen ritme door herhaling van gelijksoortige elementen. De Ottoonse tekeningen zijn beïnvloed door Karolingische en Byzantijnse voorbeelden. Nieuw is de zin voor expressie. Ook de Romeinse kunst heeft invloed gehad op de Ottoonse kunst. Toch zijn er grote verschil met de antieke kunst. De architecturale achtergronden zijn bijvoorbeeld op antiek werk geïnspireerd, maar de gebouwen ogen in de Ottoonse kunst niet meer ruimtelijk. De menselijke gestalte is evenmin geïdealiseerd; vaak ogen ze log en slap. Niet zelden verbinden de zware ledematen en de gekromde houding de mens met de aarde in plaats van met de hemel. Het klooster van Reichenau is het belangrijkste centrum voor boekverluchting. Het klooster is gelegen op een eiland in de Bodensee. Zeer bekend is het evangeliarium van Otto III.
|