|
Vignola
(1507 Vignola/Modena-1573 Rome)
Jacopo Barozzi, later Vignola genoemd naar zijn geboorteplaats, was actief in Bologna tot hij zich in 1549 in Rome vestigde. Al vanaf het midden van de eeuw behoorde hij tot de belangrijkste architecten in deze stad. Hij werkte onder meer als assistent van Michelangelo. Na de dood van Michelangelo, in 1564, kreeg hij de leiding over de bouw van de Sint-Pieter. Deze maniëristische architect bouwde meerdere profane gebouwen. Hoogtepunten in deze categorie zijn het Palazzo Farnese in Caprarola (1547-1559) en de Villa di Papa Giulio III (1551-1555) in Rome.
Vignola werd vooral bekend door zijn ontwerp voor de jezuïetenkerk Il Gesù in Rome. De eerste plannen voor het onderkomen van Ignazio di Loyola en de jezuïetenorde ontstonden in 1550. Vignola werd dankzij Alessandro Farnese bij dit project betrokken op het moment dat men zich nog aan het oriënteren was op het ontwerp.
In 1568 begon Vignola aan de bouw van de eerste jezuïetenkerk in Rome. In de daaraan voorafgaande periode waren voorschriften opgesteld voor te bouwen kerken tijdens het concilie van Trente. Tot de vereisten behoorden een hal-vormige binnenruimte waarin een grote menigte kon samenkomen en veel kapellen. Eveneens voorgeschreven was de afwezigheid van graven en koorhekken in het hoofdschip en het ontbreken van versieringen die de gelovigen konden afleiden tijdens de dienst. Aangezien de jezuïeten een groot aandeel hadden in de Contrareformatie voelden zij sterk de noodzaak de daarmee samenhangende religieuze voorschriften vertaald te zien in het ontwerp van hun moederkerk. Vignola kreeg daarom de opdracht ruimte te scheppen voor zoveel mogelijk mensen binnen de begrenzing van één overwelft en aan beide kanten door kapellen begrensd schip. Vignola schiep een bijna twintig meter breed schip waarvan de kapellen vrijwel geheel werden afgescheiden. De wijze waarop hij koepelbouw met het longitudinale plan verenigde is vaak nagevolgd.
Het interieur van dit bijzonder ruime schip werd aanvankelijk zeer sober aangekleed in grijze en witte tinten. Het hoogaltaar is theatraal belicht door de grote ramen in de trommel van de koepel. De bijzondere lichte viering steekt af tegen het schemerige middenschip. De zorgvuldig berekende lichtinval getuigt van gevoel voor dramatiek. Zowel het interieur als de façade heeft een voorbeeldfunctie voor vele andere kerken, vooral tijdens de barok. De voorgevel is overigens ontworpen door Giacomo della Porta aangezien de opdrachtgevers niet tevreden waren met Vignola’s weinig samenhangend ontwerp.
Vignola was niet alleen invloedrijk dankzij de door hem gerealiseerde architectuur. Zijn invloed deed zich ook gelden door zijn verhandelingen over de architectuur. Hij schreef voornamelijk voorschriften die betrekking hadden op het gebruik van de klassieke bouworden. Bekend werd zijn Regole delle cinque ordini dell’architettura uit 1562.
|