COBRA (1948-1951)
Boeken over Cobra
Een aantal kunstenaars heeft zich verenigd van 1948 tot 1951 tot de groep COBRA. Deze internationale kunstenaarsgroepering is opgericht door schilders en dichters uit België, Denemarken en Nederland. De naam verwijst naar deze landen door de eerste letter(s) van de hoofdsteden samen te voegen. De leden brachten meerdere manifesten en tijdschriften uit, werkten intensief samen en exposeerden gezamenlijk. Subjectiviteit werd niet nagestreefd. Na de opheffing in 1951 was geen sprake van een stijlbreuk in het oeuvre van de meeste Cobrakunstenaars.
In 1948 richtten onder andere Karel Appel, Corneille en Constant de Nederlands Experimentele Groep op. In België en Denemarken waren kunstenaarsgroeperingen actief die gelijksoortige opvattingen koesterden over kunst en het leven. Cobra is nog in hetzelfde jaar opgericht door de Deen Asger Jorn (1914-1973), de Belgische dichter Dotremont (1924-1979) en de Nederlanders Karel Appel (1921), Constant (1920) en Corneille (1922). Deze kunstenaars hadden elkaar in Parijs gevonden. De Belg Pierre Alechinsky (1927) sloot zich een jaar na de oprichting aan. Lucebert is als dichter actief tijdens de Cobra jaren, zijn schilderijen zijn van latere datum. De dichters en de beeldende kunstenaars werkten samen aan woordschilderijen.
Onder de Duitse bezetting konden de Cobrakunstenaars zich niet in vrijheid beeldend uitten. Progressieve kunst werd door de Duitsers namelijk entartet verklaard. De Cobra wil afrekenen met het klimaat van artistieke onderdrukking. Zij rebelleerden tegen de officiële kunsttradities en werkten samen aan een nieuwe expressionistische volkskunst waarin zij zich in alle vrijheid kon uitdrukken. Inspiratie haalden ze uit niet westerse kunst, de prehistorische kunst, volkskunst, kindertekeningen en tekeningen van geestelijk gestoorden. Volgens hen was iedereen een kunstenaar. Vakmanschap werd verfoeid.
De creativiteit van de mensheid moest volgens de Cobra-leden worden bevrijd om een betere samenleving te bewerkstelligen. Net als de surrealisten wilden zij de mensen bevrijden van civiliserende invloeden door het onderbewuste aan te boren. Mythen, sagen en legendes maakten vaak deel uit van hun kunstwerken.
Kunst moest voor de Cobra universeel, populair, expressief en primitief zijn. Het centraal stellen van spontaniteit en directheid leidde gewoonlijk tot bonte schilderijen die zijn uitgevoerd met expressieve penseelstreken. Zij werkten zonder vooropgezet plan; de verbeelding werd geprikkeld tijdens het schilderen. Esthetiek en reflectie werd gemeden terwijl het onderbewuste werd aangeboord. De werkwijze van de Cobra-schilders is verwant aan de abstract expressionisten. Beide stromingen ontwikkelden zich onafhankelijk van elkaar.
Cobra viel door toedoen van meerdere factoren uiteen in 1951. Dotremont, de woordvoerder en de spil in de organisatie, was toen ernstig ziek. De maatschappelijke doelstellingen werden door de realiteit achterhaald. Eveneens bestond de behoefte om de beeldende ontwikkeling op een meer individuele manier voort te zetten in plaats van groepsgericht.
Boeken over Cobra
|