arte povera
Arte Povera ontwikkelde zich tegen het einde van de jaren zestig in Italië. Arte Povera is Italiaans voor arme of nederige kunst. Kunstenaars die gerekend worden tot deze stroming gebruikten zowel armoedig materiaal als takken, vodden en aarde als marmer, goud en zijde. De naam is dus enigszins misleidend. De criticus Germano Celant had deze bedacht voor een expositie in 1967. De benaming was ontleend aan het teatro povera van Jerzy Grotowski.
Celent was de spil van een groep kunstenaars. Hij trad op als hun theoreticus en organisator. Onder de kunstenaars behoren Giovanni Anselmo, Alighiero e Boetti, Pier Paolo Calzolari, Luciano Fabro, Jannis Kounellis, Mario Merz, Marisa Merz, Giulio Paolini, Pino Pascali, Giuseppe Penone, Michelangelo Pistoletto en Gilberto Zorio. Eind jaren zestig en in de jaren zeventig werkten zij veel samen en presenteerden zij zich als een groep. Ze legden zich toe op assemblages, installaties en/of performances.
De Art Povera verlegde de grenzen van de kunst. Kunstwerken die tot deze stroming gerekend worden zijn meestal vervaardigd uit materialen die voor de kunst niet gangbaar zijn. Zelfs levende dieren kunnen deel uitmaken van de werken. De kunstenaars maakten vaak gebruik van natuurlijk materiaal als zand, takken, stro en stenen. Deze natuurlijke elementen werden meestal samengevoegd met alledaagse door mensen gemaakte producten als vodden, papier, staal en neonlicht. Dergelijke niet voor de hand liggende combinaties fascineerden deze kunstenaars. Ze combineerden ook cultuurhistorisch beladen en dure materialen als marmer en goud met waardeloze materialen. Er werd dus afstand genomen van de hiërarchische benadering van materialen. In hun kunst werden tegenstellingen verenigd. Er ontstond op deze wijze een dialoog tussen natuur en cultuur, verleden en heden, kunst en het alledaagse. De werken getuigen vaak van zin voor esthetiek.
De kunstwerken zijn rijkelijk voorzien van inhoudelijke betekenissen. Vraagstukken over het begrip kunst en de relatie tussen kunst en samenleving interesseerden deze kunstenaars. Vaak zijn ze doordrongen van Europese cultuurhistorische verwijzingen. Ideologieën, mythologieën en het filosofische gedachtegoed konden deel uit maken van hun kunstwerken. Het heden is vaak becommentarieerd met behulp van het verleden. Zo wordt er meermaals gezinspeeld op negatieve aspecten van de consumptiemaatschappij. Er blijft doorgaans veel ruimte over voor de associaties van de toeschouwer. De complexe inhoudelijke betekenissen waren een reactie op de inhoudsloze Amerikaanse kunst. De Arte Povera kunstenaars misten bij hun Amerikaanse collega’s een rijke culturele kennis en achtergrond.
Tijdens de bloeitijd van de Arte Povera vonden soortgelijke bewegingen plaats in andere delen van de wereld ( Fluxus, neodada). De traditionele normen van de kunst werden door dergelijke stromingen verlegd. Zo zijn er duidelijk overeenkomsten tussen de kunst van de Art Povera en het werk van de Duitser Joseph Beuys, de Fransman Bernard Pàges en de Brit Tony Gragg. In de conceptuele kunst zijn de artistieke daden en de ideeën van de arte povera verder uitgewerkt.
|