Saint-Denis
De nieuwe bouwkundige stijl verscheen voor het eerst rond 1140 aan
de koninklijke abdijkerk van St.-Denis, ten noorden van Parijs. De kerk,
het geesteskind van een opmerkelijke monnik genaamd Suger (1081-1151),
was gebouwd ter vervanging van de vorige die te klein was geworden voor
het publiek dat toestroomde op hoogtijdagen. Abt Suger schreef over
de nood zaak van een nieuwe kerk in een administratief boek van de abdij:
'De kleinheid van de ruimte dwong vrouwen om benauwd en lawaaierig over
de hoofden van de mannen naar het altaar te rennen, alsof ze over straat
liepen.'
Suger begon de reconstructie met het toevoegen van een nieuwe narthex,
of voorhal, en een monumentale gevel, beide gewijd in 1140. Nu is de
kerk een aantal oorspronkelijke elementen kwijt; de afbeelding is een
19e-eeuwse gravure, gemaakt toen de St.-Denis er nog 12e- eeuws uitzag.
In tegenstelling tot de Romaanse gevels, bezit de gevel van de St.-Denis
drie portalen, overeenkomstig de belangrijkste lengte-indelingen van
de kerk: de zijbeuken en het middenschip. Stevige steunheren verdelen
de gevel in drie duidelijk afgescheiden delen. De horizontale steunbalken,
boven de zijportalen, zijn doorgetrokken tot op de heide torens. Direct
boven het middenportaal bevindt zich een groot venster dat licht geeft
in de narthex. Daarboven verschijnt een tweede venster, een nieuw model
dat we roostervenster noemen.
Saint-Denis, (Seine-St.-Denis), voormalige benedictijner
abdijkerk, Gevel, voor 1140
|