Frans Hals (ca. 1581/85-1666)
Frans Hals, gewoonlijk beschouwd als de grondlegger van de Hollandse
school, was gespecialiseerd in portretten - gewoonlijk van zijn Haarlemse
stadsgenoten, afzonderlijk of in groepen - en in portretachtige schilderijen
van figuren uit het dagelijks leven van die tijd. In deze laatste, die
in de eerste plaats studies in uitdrukking en karakter waren, legden
zijn modellen hem geen beperkingen op en kon hij vrijelijk zijn individuele
schildertrant ontwikkelen [22]
Portretten
De burger greep het portret aan om te pronken. Wie wat voorstelde,
bestelde een conterfeitsel. Net asl bij aristocratenportretten eleders
kwam het er in de Republiek op aan de status en de waardigheid van de
afgebeelde te onderstrepen, maar meer dan ooit tevoren hechtte men daarbij
aan een direct aansprekend en levensecht resultaat. Evenals in een landschap,
het genrestuk en het stilleven streefde men bij het portret naar realisme,
en daarvoor werden verstarde formules terzijde geschoven. [25]
Frans Hals bleef zijn hele leven in Haarlem en schilderde uitsluitend
portretten, hoewel enkele daarvan ook genrestuk genoemd zouden kunnen
worden. We zien volksmensen, kunstenmakers, viswijven, lachende kinderen
of de getikte Malle Babbe met haar drinkkroes. De vitaliteit
en frisheid die deze modellen uitstralen, wist Hals echter ook aan het
statigste portret mee te geven.[25]
Links:
|