Constructivisme
Net als het suprematisme is het constructivisme een Russische
kunstbeweging. Beide kunstbewegingen stellen abstractie
en geometrische vormen centraal. Het constructivisme ontstond
rond 1914 in de constructies van Tatlin. Aanvankelijk sprak
hij over productivisme i.p.v. constructivisme.

Architectonisch schilderij, 1917, doek,
80 cm x 98,1 cm
Eind 1916 werd Tatlin vergezeld door o.a Naum Gabo (1890-1977),
Anton Pevsner (1884-1962), Alexander Rodtsjenko ( 1891-1956)
en El Lissitsky (1890-1941). Liubov Popova ( 1889-1924)
sloot zich later aan. Ze werkten met industrieel vervaardigd
materiaal als glas, hout, metaal plastic en beton. Hun werk
bezong immers een technologisch tijdperk. Volgens Tatlin
moest kunst een sociaal doel dienen. Deze opvatting zorgde
voor rivaliteit met Melevitch en het suprematisme, die daar
anders overdacht.
Het kubisme en het futurisme hebben de constructivisten
sterk beïnvloed. De constructivisten geloofden evenals
de futuristen in een toekomst die door de machine en wetenschap
verregaand verbeterd zou worden. De technologie speelde
dan ook vaak een rol in hun werk. Zij geloofden dat de kunst
de maatschappij kon veranderen. Rond 1920 werd het constructivisme
belangrijker geacht dan het suprematisme omdat zij een sociale
en functionele toepassing aanmoedigde. Ze wilden de nieuwe
politieke machthebbers steunen door hun kunst. Gedurende
enkele jaren omarmt de staat deze progressieve kunst. Eind
jaren twintig werd het constructivisme door Lenin en vervolgens
door Stalin afgewezen. Het socialistisch realisme was vanaf
toen de enige gewenste stijl.
Gabo en Pevsner verlieten het constructivisme
van Tatlin in 1920. De broers waren niet ingenomen met de
propagandistische werken van Tatlin. Beiden emigreerden
naar West-Europa. Men noemt de stijl die zij in Europa verspreiden
Europees of Internationaal constructivisme. Ook El Lissitzky
emigreerde naar Europa. Na 1920 beïnvloeden de Russische
moderne kunst het Bauhaus en de Stijl.
|